AI ontcijfert mogelijk mysterieuze 15e-eeuwse code

Mark IJsendoorn
Dankzij kunstmatige intelligentie worden flinke stappen gezet in het ontcijferen van een eeuwenoude codetekst.

Voynich Manuscript

Sinds het in de 19e eeuw is ontdekt, hebben talloze historici, taalkundigen en cryptografen hun hoofd gebroken over het zogenaamde Voynich-manuscript. Het 15e-eeuwse geïllustreerde boekwerk is volledig geschreven in een onbekende codetaal. Een eeuw lang kon niemand ook maar een woord van het bizarre document ontcijferen, maar dankzij kunstmatige intelligentie zit er nu mogelijk schot in de zaak.

Natural language processing

Onderzoekers van de universiteit van Alberta hebben nu kunstmatige intelligentie op het manuscript losgelaten. Met behulp van ‘natural language processing’ hebben onderzoekers Greg Kondrak en Bradley Hauer op basis van 380 verschillende talen geprobeerd de taal van het manuscript te bepalen. Daaruit bleek dat de tekst waarschijnlijk in het Hebreeuws is geschreven.

Daarmee is de code nog niet ontcijferd. Op basis van een oudere hypothese gingen de onderzoekers ervan uit dat de tekst bestond uit anagrammen of alfagrammen, bekende manieren om tekst te coderen. Door algoritmen toe te passen die zulke puzzels kunnen oplossen, konden de onderzoekers een flink aantal woorden uit het manuscript ontcijferen. Tachtig procent van die woorden was Hebreeuws. De onderzoekers besloten de eerste zin van het manuscript door Google Translate te halen, wat de nogal gebrekkige zin ‘zij maakte aanbevelingen aan de priester, de man van het huis en mij en mensen’ opleverde.

Nog niet opgelost

Taalkundigen zijn nog niet overtuigd van het succes van het algoritme, omdat het geen correcte Hebreeuwse zinnen oplevert. Hoewel de tekst duidelijk nog niet ontcijferd is en samenwerking met historici en taalkundigen nodig is, lijkt er dankzij AI een grote stap gezet in de ontcijfering van een van de grootste code-mysteries uit de geschiedenis.

Mark IJsendoorn | Redacteur

Bekijk alle artikelen van Mark