Als web 2.0-sites in de media komen gaan ze vaak gepaard met astronomische cijfers. Youtube bijvoorbeeld, dat voor 1,62 miljard dollar aan aandelen wordt overgenomen door Google, Hyves telt 9,5 miljoen gebruikers, Facebook krijgt 600.000 nieuwe gebruikers per dag en Twitter… Tsja, moet ik daar echt nog over beginnen?

Ondanks deze enorme cijfers heerst er in het mkb een grote scepsis. Sociale netwerken, blogs of Youtube worden eerder gezien als een tijdverdrijf en bedreiging voor de efficiëntie van het personeel. Wat er zelfs toe resulteert dat bedrijven de sites intern blokkeren.

De vraag is of het wel zo verstandig deze ontwikkelingen links te laten liggen. De (groei)cijfers en bedragen laten immers een heel ander geluid horen.

Deelcultuur

De groei van dit soort sites valt te danken aan de interactieve aard van het medium. Interactie kan op allerlei manieren voorkomen zoals samenwerking bij ‘user-generated content’ (Wikipedia) en Open Source projecten als Linux en Firefox. Ook wordt de interactie gebruikt om veel met andere internetters te delen, op talloze fora komen mensen virtueel bijeen om over allerhande onderwerpen te discussiëren van de vlooien van de kat van de buren tot wereldvrede. Maar niet alleen meningen zijn te delen.

Twitter deelt wat je op dit moment doet, je Last.fm welke muziek je luistert en je sociale netwerkprofiel deelt alles van foto’s tot persoonlijke gegevens. Deze internetcultuur waarin iedereen samenwerkt en samen deelt krijgt ook vaak de harmonieuze titel participatiecultuur met zich mee.


Opvallend is dat deze nieuwe media-ontwikkelingen gekenmerkt worden door de opkomst van nieuwe namen. Bestaande bedrijven nemen een afwachtende houding in en gebruiken internet als verlengstuk van bestaande campagnes en communicatie. Ze blijven achter de zijlijn staan tot een speler uitgroeit tot een bekende naam, om vervolgens de eigenschappen van de speler te over te nemen.

Door werknemers worden sociale netwerken 'stiekem' gebruikt. Of het gebruik wordt simpelweg onmogelijk gemaakt, omdat de directie het ziet als gevaar voor de productiviteit. Ook zijn bedrijven erg huiverig met het aanmaken van bedrijfsprofielen en -accounts; liever enkel een bestaan op een eigen website of überhaupt geen online bestaan lijkt het motto.