Data als nieuwe goudmijn

Gadgetfreaks kijken er iedere keer weer reikhalzend naar uit: de nieuwste mobiel, de snelste tablet, de laatste versie van de ultrabook met dat mooie scherm erin. In een rat race buitelen fabrikanten over elkaar heen om het mooiste, snelste of meest featurerijke brokje technologie te kunnen presenteren. De dagelijkse werkelijkheid in de technologiewereld haalt voor zichzelf iedere keer opnieuw in. Toegegeven: ook ik ben niet helemaal ongevoelig. Dat zou ook wat raar zijn natuurlijk, in mijn functie.

Tot zover de bubble waarin gadgetminnend Nederland leeft. Ondertussen, in de boze buitenwereld, is er de afgelopen jaren niet zo gek veel veranderd als het gaat om onze belangrijkste informatie-'endpoints'. De laatste écht grote revolutie in hardwareland, de iPad (nee, ik ben niet per se een Applefan), ligt al weer een lange tijd achter ons. Voor de rest gaat alles vooral zijn gangetje, alles wordt vooral groter (smartphones), multifunctioneler (convertibles) of juist kleiner en lichter (diezelfde smartphones en tablets) en natuurlijk vooral sneller en steeds ietsje handiger (zo goed als alles). Een buigzaam behuizinkje hier en een resolutiedoorbraakje daar: het zijn allemaal verbeteringen in de marge.

De grootste ontwikkelingen van deze tijd vinden volgens mij niet zozeer plaats op gadgetgebied, maar juist in wat we met die gadgets doen: het zoeken naar, het verwerken van en het genereren van enorme bergen data. De vraag is niet meer hoe we onze laptop nog sneller kunnen laten opstarten of hoe we nog meer pixels kunnen proppen per vierkante inch van ons smartphoneschermpje, maar hoe we al die data kunnen koppelen en semantisch en contextueel zinvol kunnen maken. De data-explosie van de afgelopen jaren is namelijk ongekend. De afgelopen drie jaar hebben we met zijn allen net zoveel data gegenereerd als in alle jaren van de mensheid daarvoor. In dat immense datanetwerk zijn die eerder genoemde gadgets eigenlijk maar suffe endpoints, nietszeggende apparaatjes die wroeten in de onmetelijk diepe kennisoceaan (lees: internet).

Technologiefabrikanten van morgen zijn niet de apparaatjesmakers, maar diegene die grip weten te krijgen op deze datapoel en semantisch correct kunnen uitlezen, verbanden kunnen leggen, de juiste data op de juiste momenten kunnen serveren. Diegene die kunstmatige intelligentie dusdanig slim kunnen toepassen in een toekomstig semantisch web vol 'rich data' hebben een onmetelijke voorsprong op de concurrentie. Die bedrijven worden – simpel gezegd – veel geld waard. Misschien wel meer dan welke gadgetfabrikant dan ook.

Volg Raymond Luijbregts via Twitter of