Mainframe2 laat je samenwerken in zware Windows-applicaties, vanuit de browser

Samen met een collega werken in zware Windows-software als Photoshop, rechtstreeks vanuit uit de cloud, simpelweg vanuit de browser? Het klinkt wat gek, maar toch is dat precies wat de start-up Mainframe2 belooft.

Het Amerikaanse bedrijf werkt hard aan een clouddienst waarmee je ieder willekeurige Windows-applicatie kunt draaien in een moderne browser, vanaf willekeurig welk apparaat. Zonder speciale plugins, Flash of andere ongein: de dienst maakt gebruik van html5. De software en al het rekenwerk dat daarbij komt kijken draait vanuit de cloud. Handig, want zo draai je een AutoCAD net zo gemakkelijk vanaf een Chromebook als vanaf een dikke Windows-machine.  In principe toont je browser weinig anders dan een interactieve videostream, gecomprimeerd met Nvidia-technologie. Alle verwerking vindt plaats op de servers van Mainframe2.

Samenwerken via een simpele link

Dat is niet alles. Via het sturen van een simpele link naar je collega kun je iemand uitnodigen in jouw sessie. Zo kun je tegelijkertijd in dezelfde applicatie aan hetzelfde document werken. Een demonstratievideo op de website mogen geloven, dan is een merkbare vertraging zeer minimaal tot niet aanwezig. Ook zou het heel gemakkelijk moeten zijn om je software naar de Mainframe2-cloud te verplaatsen.

Niet helemaal nieuw

Helemaal nieuw is het idee niet. Zo biedt het bedrijf OnLive al enige tijd iets soortgelijks aan, al kun je bij hen geen sessies delen met anderen. Wel lieten zij al zien dat de technologie in principe zelfs geschikt is voor het aanbieden van grafisch intensieve games vanuit de cloud.

Virtualisatietechnologie maakt momenteel sowieso een behoorlijk vlucht. Zo biedt Dell bijvoorbeeld een volledige gevirtualiseerde workstation-omgeving en dito rekenkracht vanaf een server.

Mainframe2 is nu nog in een gesloten bètafase. Wel kun je je aanmelden op de website, je ontvangt dan updates over het project en informatie over het 'early access'-programma.

Volg Raymond Luijbregts via Twitter of