Pixelfestijn 2013: beeldschermen worden eigenlijk echt scherp

We kunnen er niet aan ontkomen. Digitale devices sturen steeds meer beeldpunten aan. Het resultaat: schermen op apparaten worden zó scherp, dat we individuele puntjes niet meer kunnen onderscheiden. Eindelijk.

Steeds meer pixels op een steeds kleiner oppervlak, het is duidelijk waarneembare ontwikkeling. Apple is hiermee op grote schaal gestart, sinds de ontwikkeling van hun 'Retina'-display. Apple plakte dit marketinglabel op al hun beeldschermen die een zo hoge pixeldichtheid hadden dat je ze op de voor het apparaat normale werkafstand niet kon onderscheiden. Bij laptops bereik je dat punt rond de 220 ppi. Voor smartphones, die je toch dichter bij je snufferd houdt, geldt dat vanaf zo'n 300. Tablets zitten daar tussenin.

Macbook Pro als eerst

Het eerste apparaat met een Retina-beeldscherm was de Macbook Pro, geïntroduceerd in 2012. De schermen van deze laptops hadden een diagonaal van 15 inch en een resolutie van 2880 x 1800, wat resulteert in een ppi van 220. Die laatste waarde was ongekend in een tijd waarin de meesten van ons zaten te werken op schermen met hooguit 1366 x 768 beeldpunten, vaak ongeacht het formaat. Zelfs 17-inch laptopschermen kwamen toentertijd nauwelijks boven de 1600 x 900 uit. Het scherm was gestoken scherp, vooral fonts leken wel alsof ze op papier waren gedrukt. Werkte je met een dergelijk display, dan was het lastig 'terugschakelen' naar minder. Je vroeg je af waarom je al die tijd met zulke brakke resoluties hebt kunnen werken.

Macbook Pro Retina
De Macbook Pro was in 2012 het eerste device met een Retina-scherm, waarop je individuele pixels niet meer kon onderscheiden. Lange tijd had de markt geen passend antwoord.

Tablets

Na de laptop moest ook de tablet eraan geloven. Weer was Apple het eerste aan zet: ze haalden hetzelfde 'Retina'-trucje uit met hun iPad 3. Sterker nog, de hoeveelheid puntjes per vierkante centimeter, of beter gezegd, per inch, op dit apparaat lag nog hoger. Apple propte 2560 x 1440 pixels op het 9.7-inch beeldscherm (en doet dat overigens nog steeds), waarmee de ppi uitkwam op 264. Genoeg voor het Retina-label en dus voor haarscherp beeld.

De hoge resolutiebeeldschermen veroorzaakte weinig beweging in de markt: de concurrentie had er simpelweg geen antwoord op. De beste pogingen op de laptop bleven steken op full-hd. Wat de reden ook mocht zijn (te duur, productieproblemen), de concurrentie gaf geen krimp. Waarschijnlijk had niemand de supply-chain zo strak in elkaar zitten als Apple.

Windows als belemmering

Maar er was nog iets anders aan de hand. Windows kon tot en met versie 8 helemaal niet lekker overweg met zeer hoge resoluties. Het zou zorgen voor een zeer groot bureaubladoppervlak met onwerkbaar priegelige lettertjes, icoontjes en interface-elementen. Dat is met full-hd op 13 inch al een issue, laat staan met nog hogere resoluties. Natuurlijk, tekst kun je tot op zekere hoogte opschalen, maar iconen worden óf klein, óf opgeblazen en dus wazig, om over alle overige interface-elementen nog maar te zwijgen. Apple deed en doet dat met zijn Retina-displays in Macbooks anders: je krijgt minder bureaubladruimte, maar alle interface-elementen, iconen en fonts krijg je in een simpelweg in een vier keer hogere resolutie voorgeschoteld. Het resultaat is een interface die overal evenwichtig scherp is. Het nadeel: je krijgt minder bureaubladruimte dan je misschien met een dergelijke resolutie zou verwachten. Maar zeg eerlijk; dat wil je op een mobiel scherm ook eigenlijk niet.

Verandering

Even doorspoelen naar 2013. In januari dit jaar kwam er verandering in de Apple-alleenheerschappij wat betreft hoge resoluties. Het begon opvallend genoeg met de kleinste apparaten: smartphones. De Xperia Z en HTC One waren de eerste toestellen die een full-hd-resolutie kregen geperst op een schermpje van nog geen 5-inch, Samsung volgde later met zijn S4. Deze trend zorgde voor ongekend hoge ppi-waardes en bizarre scherptes. 'Mobile first' is duidelijk niet alleen een kreet uit de marketing- en webontwikkelwereld. Niet helemaal gek: in deze sector gaan nu eenmaal al een tijdje de ontwikkelingen het hardst van vrijwel alle technologiebranches. Toch kwam er ook kritiek: een dergelijke resolutie op een klein schermpje zou geen toegevoegde waarde meer bieden en het toestel enkel vertragen. Apple deed op het smartphonevlak niet mee aan de pixelrace, hun nieuwste iPhone 5S heeft nog altijd 'slechts' een resolutie van 1136 x 640 op het weliswaar iets kleinere 4-inchscherm. Minder pixels is meer snelheid en de ppi is nog altijd meer dan 300, zoiets moeten ze in Cupertino denken.

2013 was niet alleen het jaar van de hoge resoluties in smartphones, ook andere laptops dan de Macbook pro kregen eindelijk scherpere schermen. Niet zo heel vreemd: Windows 8.1 kreeg ondersteuning voor hogere resoluties en kan voortaan op een met OS X vergelijkbare manier je beeld 'schalen' op een dergelijk scherm. Voorbeelden zijn de Samsung Ativ Book 9 Plus, de Dell Precision M3800 / XPS 15 en de Lenovo Yoga 2 Pro. Deze laptops hebben allemaal een resolutie van maar liefst 3200 x 1800 beeldpunten en overstijgen op dit gebied dus zelfs de Macbook Pro.

Lenovo Yoga 2 Pro
Lenovo, Samsung en Dell stopten dit jaar al 3200 x 1800 pixels in hun laptops, zoals in de hier afgebeelde Lenovo Yoga 2 Pro.

En monitoren dan?

Grote afwezige in bovenstaande verhaal zijn de traditionele bureaumonitoren. De ontwikkeling voor deze categorie hobbelt eigenlijk achter mobiele devices aan. Sterker nog: zo bezien blijven ze er sterk bij achter. Inmiddels is een resolutie van 2560 x 1600 redelijk standaard op een 27-inchmonitor, maar alles wat daaronder zit 'doet' het nog met maximaal 1920 x 1080, of, in het geval van een 16:10-verhouding, met 1920 x 1200 pixels. Aan het andere eind van het spectrum zagen we de eerste 4K-monitoren, die 3840 x 2160 beeldpunten op een paneel van 30 of 32 inch persen. Voorlopig zijn en blijven dit zeer specialistische apparaten, met een prijskaartje van vele duizenden euro's.

Sharp 4K-monitor
Sharp introduceerde dit jaar een 4K-monitor: 3840 x 2160 beeldpunten op een 32-inchpaneel. Voorlopig zijn dit soort peperdure nicheproducten absoluut niet bedoeld voor de massamarkt, maar de resolutie van bureaumonitoren zal in 2014 wel.

Deze extra ruimte is echter ook in andere sectoren zeer welkom; je kunt op een dergelijk werkoppervlak veel kwijt zonder dat het oncomfortabel wordt. Zeker voor multimedia-bewerking zijn de extra pixels een zegen. Ik verwacht echter niet dat deze monitoren komend jaar betaalbaar voor een brede doelgroep gaan worden. Wel zul je in het 22- en 24-inchsegment volgend jaar meer keuze hebben in modellen die een hogere resolutie dan full-hd bieden, zeker gezien de aanpassingen in Windows 8.1.