Twintig navigatietips

Dankzij een steeds vriendelijker prijskaartje en betere prestaties gaan ze als warme broodjes over de toonbank; gps-navigatiesystemen. Dirkjan van Ittersum van Navigatiewereld.nl geeft twintig tips voor de aanschaf en het gebruik van zo'n systeem.

■ Vind je een groot scherm belangrijk? Kies dan voor een pda met (liefst) een gentegreerde gps-antenne (zoals de Mio A201) of een gentegreerd draagbaar systeempje (zoals de TomTom GO of de Garmin Nvi).
■ Gps-ontvangers werken het best als ze 'direct zicht' hebben op de gps-satellieten. Als je thuis op de bank je nieuwe aanschaf wilt 'verkennen', zal de navigatiekit waarschijnlijk niet werken.
■ De eerste keer dat je een gps-ontvanger aanzet, kan het sowieso een flinke tijd duren voordat er een signaal wordt ontvangen. Word dus niet ongeduldig gedurende de eerste vijf minuten. Een volgende keer zal dit een stuk korter duren.
■ Veel gentegreerde navigators beschikken over een aanraakgevoelig touch screen om direct opdrachten mee in te voeren met je vingers. Maar er zijn ook goedkopere uitvoeringen die niet aanraakgevoelig zijn, al voor minder dan 300 euro (zoals van Navman). Het invoeren van een adres is misschien iets lastiger, maar voor het overige krijg je exact dezelfde functionaliteit.
■ Navigatiesystemen op de mobiele telefoon zijn er in twee varianten: on-board en off-board. In het laatste geval staat het kaartmateriaal niet op je telefoon, maar komt binnen via gprs (een variant op gsm, voor mobiel internet). Het voordeel: je bent altijd verzekerd van het nieuwste kaartmateriaal. Het nadeel: de kosten van het binnenhalen van data via gprs en de lange wachttijden.
■ Als je met een off-board navigatiesysteem naar het buitenland gaat, kun je bovendien rekenen op een hele forse telefoonrekening. Het gebruik van een gprs-verbinding over de landsgrenzen is schreeuwend duur. Al met al af te raden dus!