De geschiedenis van het World Wide Web: Web2

De geschiedenis van het World Wide Web: Web2

Redactie WINMAG Pro

Het web gaat een nieuwe fase in. AI zorgt voor een flinke verandering in activiteit op het internet. Het is niet de eerste keer dat we zo'n verandering meemaken; dit is het begin van het vierde tijdperk in de geschiedenis van het World Wide Web. Wat is er in de afgelopen 35 jaar gebeurd? De eerste grote verandering vond plaats aan het begin van de jaren 2000: Web2.

Als je Web1 ziet als een gigantische, doch stille, digitale bibliotheek, dan is Web2 een bruisend plein. Geen verzameling statische pagina’s meer waar je doorheen klikte, maar een levende omgeving waarin mensen zelf de inhoud maakten, verspreidden en waarde creëerden.

De term Web2.0, en daarmee de constatering dat het internet een nieuwe weg was ingeslagen, werd in 2005 populair via O'Reilly Media. Tim O'Reilly beschrijft daarin een internet dat beter wordt naarmate meer mensen het gebruiken, waardoor het een platform wordt waarin data en netwerkeffecten centraal staan.

Maar wie Web2 alleen ziet als marketingterm, mist wat er technisch en economisch werkelijk gebeurde. Aan het begin van het nieuwe millenium verschoof het zwaartepunt van het web fundamenteel: van publiceren naar participeren, van websites naar platforms, van documenten naar datastromen.

Gebruikers worden producenten in Web2

De kiem van Web2 werd al iets eerder gelegd. In januari 2001 ging Wikipedia live; een encyclopedie die niet door een redactie, maar door vrijwilligers werd geschreven. Het idee dat miljoenen mensen samen een kennisbron konden bouwen, zonder centrale controle, was nog revolutionair.

In februari 2004 werd Facebook gelanceerd. Wat begon als een universiteitsnetwerk groeide uit tot een wereldwijd sociaal systeem waarin identiteit, relaties en content samenkwamen. YouTube volgde in 2005 en maakte videodistributie triviaal toegankelijk.

De echte omwenteling zat niet in het feit dát mensen content maakten - dat kon eerder ook via forums of blogs - maar in de schaal en de architectuur erachter. Web2-platforms waren gebouwd om gebruikersactiviteit centraal te stellen. Het was makkelijker te plaatsen, makkelijker te zoeken en makkelijker te delen dan ooit. Hoe meer mensen deelnamen, hoe waardevoller het systeem werd. Netwerkeffecten werden de motor van groei.

De browser wordt een applicatieplatform

Onder de motorkap veranderde er minstens zoveel als aan de oppervlakte. In 2005 werd de term AJAX (Asynchronous JavaScript and XML) gemunt door Jesse James Garrett. Asynchrone communicatie tussen browser en server maakte het mogelijk om delen van een pagina te verversen zonder volledige reload. Dat klinkt nu vanzelfsprekend, maar destijds was het een enorme stap.

Gmail (gelanceerd in 2004) voelde plots niet meer als een website, maar als software. Interfaces werden rijker, responsiever en interactiever. De browser werd geen documentviewer meer, maar een runtime-omgeving.

Dat had verstrekkende gevolgen. Front-endontwikkeling werd serieuzer. JavaScript groeide van hulpscript naar kerntechnologie. De scheidslijn tussen desktopapplicatie en webapp vervaagde.

Data wordt de nieuwe brandstof

Web2-bedrijven ontdekten iets fundamenteels: data is niet alleen bijproduct, maar kernasset. Google had al in 1998 met PageRank laten zien dat links gebruikt konden worden als signaal voor relevantie. In Web2 werd dat principe uitgebreid naar gebruikersgedrag. Kliks, likes, shares, zoekopdrachten alles werd meetbaar. En dan krijg je de volgende mogelijkheden:
 

  • Gepersonaliseerde zoekresultaten
  • Aanbevelingssystemen
  • Gerichte advertenties

De gebruikerservaring werd geoptimaliseerd en het web werd alleen maar slimmer naarmate het meer werd gebruikt. Maar dat betekende ook dat gebruikers zelf het product werden.

Advertentiemodellen verschoof van contextueel (de inhoud van de pagina) naar gedragsgericht (het profiel van de gebruiker). Google’s advertentieplatform, gelanceerd begin jaren 2000, groeide uit tot een dominante inkomstenbron. Data-analyse, schaalbare opslag en later machine learning werden daarmee kerncompetenties in de IT.

Cloud: de stille revolutie achter Web2

Misschien wel de belangrijkste, maar minst zichtbare verschuiving vond plaats in infrastructuur. In 2006 lanceerde Amazon Web Services zijn eerste grote publieke cloudservices, waaronder S3 en EC2. Voor het eerst konden startups wereldwijd schaalbare infrastructuur huren in plaats van zelf servers te kopen.

Dat veranderde het spel fundamenteel. Waar Web1-bedrijven moesten investeren in datacenters, konden Web2-startups vrijwel onbeperkt opschalen tegen variabele kosten. Het verlaagde de toetredingsdrempel en maakte experimenteren goedkoper.

Cloud maakte het mogelijk dat Facebook, YouTube en later talloze SaaS-bedrijven exponentieel groeiden zonder traditionele infrastructuurbeperkingen. Zo kregen platforms vrij spel te groeien, gebruikers toe te voegen en, jawel, te groeien.

Mobiel internet versnelt alles

Dan was er nog een toevoeging, die van een volwassen Web2 een onsterfelijk internet maakt. De introductie van de iPhone in 2007 maakte het web mobiel, altijd aanwezig. Internet kon je meenemen in je broekzak

Realtime notificaties veranderden gebruikersgedrag. Sociale netwerken werden geen bestemming meer, maar een constante stroom.

Technisch betekende dit:
 

  • Strengere eisen aan latency
  • Wereldwijde content delivery networks
  • Nieuwe beveiligingsuitdagingen
  • Enorme datagroei

Mobiel maakte Web2 intiemer én verslavender. De basis voor het nu is gelegd.

Web2 in het nu

Eigenlijk houden we 2012 als eindjaar voor Web2 aan, maar die basis zie je nog steeds terug. Waar Web1 vooral worstelde met technische volwassenheid, kreeg Web2 te maken met maatschappelijke en governancevraagstukken, die vandaag nog steeds niet helemaal beantwoord zijn.

Centrale dataverzamelingen werden aantrekkelijke doelwitten voor aanvallen. XSS, SQL-injecties en grootschalige datalekken werden structurele risico’s.

Daarnaast ontstonden vragen die nog steeds actueel zijn: Wie bepaalt wat zichtbaar is in een feed? Hoe wordt misinformatie aangepakt? Wie bezit gebruikersdata? En wat gebeurt er als één platform de dominante infrastructuur wordt? Deze spanningen zouden later de voedingsbodem vormen voor Web3-ideeën over decentralisatie.

Wat wél veranderde, en waar de basis voor Web3 mee werd gelegd, is de mate van volwassenheid. Platformen werden gereguleerd. Privacywetgeving (zoals GDPR) dwong tot herbezinning op datagebruik. Cloud werd standaard. DevOps en continuous deployment werden mainstream.

Web2 legde de basis voor de digitale economie zoals we die nu kennen:
 

  • SaaS
  • Platformbedrijven
  • Data-gedreven besluitvorming
  • Advertentiegedreven businessmodellen
  • Sociale infrastructuur als kern van communicatie

De geschiedenis van het World Wide Web dendert door

Web2 was geen cosmetische upgrade van Web1. Het was een fundamentele herconfiguratie in de geschiedenis van het World Wide Web. Het veranderde de rol van de gebruiker, van lezer naar deelnemer. Het veranderde de rol van de browser, van viewer naar applicatieplatform. Het veranderde de rol van data, van bijproduct naar kernasset. En het veranderde de machtsstructuur, van gedistribueerde sites naar gecentraliseerde platforms.

Het is dan misschien ook wel het belangrijkste deel in deze geschiedenis van het World Wide Web. Wat begon als een technisch experiment in de vroege jaren 2000 groeide uit tot het dominante model van het internet. Een model dat ongekende innovatie mogelijk maakte, maar ook nieuwe afhankelijkheden creëerde.

In het volgende deel van deze serie verschuift de aandacht naar Web3: een poging om die afhankelijkheden te doorbreken via decentralisatie, cryptografie en digitale eigendom.

Redactie WINMAG Pro
Door: Redactie WINMAG Pro
Redactie

Redactie WINMAG Pro

Redactie