Wat zegt het coalitieakkoord over de IT?
Afgelopen week presenteerde D66, VVD en CDA het nieuwe coalitieakkoord. De hoofdlijnen zijn bij de meeste wel bekend: veel meer naar defensie, bezuinigen op de zorg en de AOW-leeftijd versneld omhoog. Maar wat betekent het coalitieakkoord precies voor de IT?
Alhoewel er geen ministerie van Digitale Zaken lijkt te komen, zet het coalitieakkoord zwaar in op IT en technologie als randvoorwaarde voor economische groei, nationale veiligheid en een slagvaardige overheid. Digitalisering, AI en cyberweerbaarheid zijn geen bijzaak meer, maar structurele pijlers onder beleid. Voor IT-professionals, technologiebedrijven en CIO’s bevat het akkoord een reeks maatregelen die directe gevolgen hebben voor infrastructuur, regelgeving en investeringsprioriteiten.
Digitalisering van de overheid als structureel programma
Een van de meest concrete IT-maatregelen is de oprichting van een Nederlandse Digitale Dienst. Deze compacte organisatie krijgt rijksbrede doorzettingsmacht en moet de versnippering van overheids-IT doorbreken. De dienst stelt kwaliteitsstandaarden op, ondersteunt departementen bij digitalisering en bewaakt architectuurkeuzes.
Belangrijk daarbij is de expliciete keuze om minder afhankelijk te worden van externe IT-leveranciers, meer IT-talent in vaste dienst te nemen en data en AI verantwoord toe te passen binnen de overheid. Alle overheidsdiensten moeten bovendien volledig digitaal toegankelijk worden, waarbij Estland expliciet als voorbeeld wordt genoemd. Voor IT-leveranciers betekent dit enerzijds kansen, maar anderzijds ook strengere eisen aan interoperabiliteit, standaarden en security.
AI als strategische technologie
Het kabinet schaart zich expliciet achter het Nationaal AI-Deltaplan en werkt dit verder uit met concrete maatregelen. Zo komt er een AI-Rekenkrachtplan, gericht op het beschikbaar maken van voldoende compute voor onderzoek, overheid en bedrijfsleven. Tegelijkertijd wil het kabinet structurele barrières wegnemen die de aanleg van AI-infrastructuur vertragen, zoals ruimtegebrek, netcongestie en vergunningprocedures.
Daarnaast zet de overheid in op het vergroten van AI-adoptie in verschillende sectoren en het versterken van AI-geletterdheid. Dat moet via regulatory sandboxes, waar meer experimenteerruimte voor vrij is gemaakt.
Opvallend is dat AI niet alleen wordt gezien als economische motor, maar ook als geopolitieke factor. Technologische autonomie krijgt daarmee een duidelijke plek in het beleid.
Minder regeldruk, ook voor IT en digitale diensten
Regeldrukvermindering is een breed thema in het akkoord, maar heeft expliciet ook gevolgen voor IT en digitale dienstverlening. Het kabinet wil jaarlijks minimaal 500 regels schrappen of vereenvoudigen, waaronder ook digitale compliance- en rapportageverplichtingen.
Europese regelgeving wordt sneller en zoveel mogelijk 1-op-1 geïmplementeerd, zonder extra nationale eisen. Toezichthouders moeten regels minder strikt interpreteren waar dat kan en de toepassing van de AVG wordt vereenvoudigd en in Europees verband herzien.
Voor fintechs en digitale dienstverleners is vooral de keuze voor een meer risicogestuurde aanpak van wetgeving rond witwassen en terrorismefinanciering relevant. Het kabinet wil regels beter laten aansluiten bij het risicoprofiel van organisaties, in plaats van uniforme verplichtingen.
Cybersecurity en nationale veiligheid
Cyberdreiging krijgt in het akkoord een prominente plek. Het kabinet spreekt expliciet over cyberaanvallen op vitale bedrijven, hybride dreigingen en digitale spionage. Als reactie hierop worden zowel de AIVD als MIVD uitgebreid in capaciteit en technologische mogelijkheden.
Concreet betekent dit uitbreiding van defensieve én offensieve cybercapaciteiten, betere gegevensdeling tussen overheid en private partijen, met wettelijke waarborgen, strengere straffen voor zware cyberdelicten en nauwere samenwerking met techbedrijven bij dreigingsdetectie.
Daarnaast krijgt de bestrijding van desinformatie en online beïnvloeding een structurele plek, waarbij de overheid platforms nadrukkelijker aanspreekt op hun verantwoordelijkheid.
IT-infrastructuur: netcongestie en digitale groei
Hoewel het akkoord primair spreekt over elektriciteitsnetten, raakt de aanpak van netcongestie direct aan digitale infrastructuur. Datacenters, AI-compute en cloudomgevingen lopen steeds vaker tegen fysieke beperkingen aan.
Het kabinet introduceert daarom een Crisiswet Netcongestie om procedures te versnellen. Daarnaast wil het zorgen voor betere benutting van bestaande netcapaciteit, met prioritering van projecten van nationaal strategisch belang.
Voor de IT-sector is dit essentieel, omdat digitale groei zonder energiezekerheid structureel vastloopt.
Innovatiebeleid: van experiment naar opschaling
Om innovatie sneller van de ontwikkelfase naar de markt te brengen, zet het kabinet meerdere instrumenten in. Het Nationaal Groeifonds blijft beschikbaar en wordt gekoppeld aan Europese programma’s. Daarnaast richt het kabinet een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie op, geïnspireerd op het DARPA-model.
De overheid wil vaker optreden als launching customer, met name voor technologieën op het gebied van AI en digitalisering, cybersecurity, defensietechnologie en energie- en klimaattechnologie.
Voor startups en scale-ups betekent dit meer toegang tot eerste klanten, maar ook scherpere eisen aan betrouwbaarheid en schaalbaarheid.
Digitale autonomie en Europa
Het akkoord benadrukt herhaaldelijk het belang van een sterk Europa op technologisch vlak. Nederland wil actief bijdragen aan een Europese kapitaalmarktunie. Dat moet via harmonisatie van digitale wetgeving, maar ook met strategische autonomie op het gebied van data, chips en AI.
Dit vertaalt zich in actieve deelname aan programma’s zoals Chips Act 2.0 en IPCEI’s, waarbij Nederlandse bedrijven expliciet worden ondersteund bij Europese opschaling.
Het coalitieakkoord neemt IT serieus
Het coalitieakkoord markeert een duidelijke verschuiving: IT en digitalisering zijn niet langer ondersteunend beleid, maar vormen de ruggengraat van overheid, economie en veiligheid. Voor IT-professionals en technologiebedrijven betekent dit meer investeringen, meer strategische aandacht en meer samenhang in beleid.
Tegelijkertijd neemt de overheid nadrukkelijker regie, stelt hogere eisen en koppelt technologie direct aan publieke belangen. De komende kabinetsperiode wordt daarmee bepalend voor hoe Nederland zich positioneert als digitale economie — en hoeveel ruimte er daadwerkelijk ontstaat voor technologische innovatie binnen duidelijke kaders.